De beruchte box 3-heffing (zie hierover de blogpost over de spaar-BV) gaat op de schop in 2022. Spaarders worden vanaf dan fiscaal anders behandeld. Ten tijde van indiening van het voorstel hield dit in dat ca. 1,35 miljoen spaarders voortaan geen inkomstenbelasting over hun spaargeld zouden betalen. Dit gaat wel ten koste van de beleggers. Beleggingsvermogen wordt dan belast tegen 33% op een forfaitair rendement van 5,33%. Dit komt neer op een effectieve heffing van 1,76% over het beleggingsvermogen.

Vanaf 2022 treedt e.e.a. in werking. De box 3-heffing werkt dan als volgt. Eerst wordt gekeken naar de totale bezittingen in box 3. Als die niet het bedrag van ca. EUR 30.000 overschrijden, wordt geen belasting geheven in box 3. Wanneer het grensbedrag wordt overschreden, vervalt de vrijstelling en wordt het vermogen ingedeeld in drie categorieën:

  • het spaargeld;
  • de overige bezittingen; en
  • de schulden.

Het is hiervoor belangrijk om te weten wat onder ‘spaargeld’ valt. Aangesloten wordt bij de definitie van een ‘deposito’, zoals opgenomen in de Wet op het financieel toezicht:

deposito: een tegoed dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit, en dat een bank onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, met inbegrip van een termijndeposito en een spaardeposito, met uitzondering van een tegoed waarvan:

het bestaan alleen kan worden aangetoond met behulp van een financieel instrument, tenzij het een spaarproduct betreft dat wordt belichaamd in certificaat van deposito dat op naam luidt en dat op 2 juli 2014 bestond in een lidstaat;

de hoofdsom niet a pari terugbetaalbaar is;

de hoofdsom alleen a pari terugbetaalbaar is uit hoofde van een door de bank of door een derde verstrekte garantie of overeenkomst;

Het komt er op neer dat spaargeld het geld is dat op uw bankrekening staat (en dus niet het geld dat in een oude sok onder het bed verstopt ligt).

Vervolgens worden forfaitaire rendementen per categorie vastgesteld. Deze worden bij elkaar opgeteld en daarna verminderd met forfaitaire rente over de schulden in box 3. De cijfers zijn (op basis van de cijfers in 2020) als volgt:

0,09% forfaitair rendement over spaargeld;

5,33% forfaitair rendement over overige bezittingen; en

3,03% forfaitaire rente over de schulden (hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde hypotheekrente op 1 juni van het voorafgaande kalenderjaar).

Op het totaal gaat een heffingsvrij forfaitair inkomen gelden van EUR 400. Als we uitgaan van alleen spaargeld houdt dit dus in dat ca. EUR 440.000 is vrijgesteld van inkomstenbelasting (dit mag u verdubbelen als u een fiscaal partner heeft).

De plannen lijken vergevorderd, maar er kan nog veel gebeuren in twee jaar. Toch is het verstandig om in ieder geval alvast rekening te houden met dit wetsvoorstel. Wij kunnen u hierbij verder adviseren – aarzel vooral niet om contact op te nemen.